Archief RVB 2011 2017-03-17T13:17:50+00:00

Archief RVB 2011

Nieuw leerboek KK1

 Een lang gekoesterde wens van vele docenten, leerlingen en ook bestuursleden van de Raad, is tijdens de nieuwjaarsreceptie in vervulling gegaan. Op de nieuwjaarsreceptie is het boek Kynologische Kennis 1 door de portefeuillehouder opleidingen Hugo Stempher aangeboden aan de voorzitter van de Raad van Beheer Gerard Jipping. Gedurende de afgelopen twee jaar is zeer actief gewerkt aan dit project, aanvankelijk door een grotere groep uit het docententeam KK1/KK2.

In het tweede deel van dit tweejarige project is door een kernteam de inhoud op elkaar afgestemd, uiteraard ook gespiegeld aan de eindtermen van de opleiding KK1. Taalkundig, inhoudelijk en qua layout is na het vergaren van de hoofdstukken een mega klus verzet. Voorts zijn alle afbeeldingen speciaal vervaardigd voor dit boekwerk. Het mag vermeld worden dat de voltooiing van dit boek een pluim is op het werk van alle toegewijde vrijwilligers in onze organisatie. Een tastbaar succes van alle inspanningen.

Lesboek KK1
Het lesboek Kynologische Kennis 1 wordt vanaf 1 februari 2011 uitgegeven door de Raad van Beheer. Dit is het standaardboek voor iedereen die bezig is met de opleiding Kynologische Kennis 1. De inhoud is specifiek toegespitst op de eindtermen van de opleiding en ingedeeld naar de vakken. Het boek met ruim 260 pagina’s is rijk geïllustreerd.

Omslag leerboek KK1

********************************************************************************************************************************

 ” Verdiepingsdag RVB”

Op 19 februari heeft de Raad een verdiepingsdag gehouden.
Omdat het voor U als lid ook belangrijk is eea. te horen over wat er allemaal speelt en hoe de Raad aan het nadenken is, in samenwerking met alle clubs, over het aanscherpen van de kwaliteit, kunt u hier het volgende verslag van onze secreatris lezen.


De Nederlandse kynologie is aan het veranderen. Hoewel er nog steeds sprake is van een zorgvuldig uitgeoefende hobby en passie voor een ras, eisen tijd en media nu waarborgen voor die zorgvuldigheid. Deze moeten komen van de rasverenigingen, zij moeten, samen met hun aangesloten fokkers, komen tot regels die kopers garanties bieden. Voor zover er uiteraard met betrekking tot honden garanties gegeven kunnen worden. Maar het draait om vertrouwen, om zorgvuldigheid en borging. Keurmerken zijn een “heilig huisje” geworden. Kijk naar de enveloppen of het briefpapier van de banken en in 9 van de 10 gevallen zul je een FSC-logo tegenkomen, een keurmerk dat garandeert dat het papier afkomstig is uit een verantwoord stukje bosbeheer. Een lobby heeft zich hier sterk voor gemaakt en nu is het gemeengoed. Zelfs vissticks kennen tegenwoordig een keurmerk voor verantwoorde visserij.

Moeten we naar een keurmerk voor honden ? Dit zal niet eenvoudig zijn maar waar we wel naar toe moeten is dat we zorgvuldig met onze fokkerij omgaan. Het zal dan gaan om zaken als registreren van nesten, DNA-profilering, screening op voorkomende ziektes en afwijkingen maar ook zaken als koopcontracten en aansprakelijkheid. Gaan we dit per ras doen of per rasvereniging ? Of moet de Raad van Beheer als overkoepelende organisatie hierin een belangrijke rol spelen ?
Niemand kan zijn ogen sluiten voor deze realiteit. De kynologie moet wel en daarbij moeten we niet vergeten dat het op de eerste plaats om de hond gaat. De regeltjes zijn lastig voor de baas maar komen ten goede van de (ras-)hond.

Binnen de Raad van Beheer zijn nu twee werkgroepen actief.
-Er is een Taskforce die zich bezig houdt met alle noodzakelijke veranderingen als gevolg van de mogelijkheid dat er meerdere rasverenigingen voor een ras zijn.
-Een tweede werkgroep, genaamd “Fokkerij en Gezondheid” moet met voorstellen komen die leiden tot een duurzame bevordering van de gezondheid van honden.

Beide werkgroepen moeten in nauw overleg met elkaar komen tot concrete voorstellen omdat hun terreinen met elkaar verband houden.

De georganiseerde Verdiepingsdag is voor hen het middel om binnen de rasverenigingen te peilen hoe gereageerd wordt op hun conceptvoorstellen en in discussie te gaan met de leden van de Raad van Beheer. Hiertoe is binnen de verschillende rasgroepen gediscussieerd over diverse stellingen en is er gestemd op de stellingen zodat het duidelijk is voor de Raad van Beheer en de werkgroepen hoe er door de leden gedacht wordt over die onderwerpen.
Zoals het verwoord werd door de Raad, “het doel is te onderzoeken welk draagvlak er is voor diverse maatregelen die genomen kunnen worden ter bevordering van de gezondheid, het welzijn en het gedrag van honden alsmede hun uiterlijke kenmerken.” Tijdens deze dag waren 111 van de 188 aangesloten verenigingen met een of twee vertegenwoordigers aanwezig. Namens de STCN waren aanwezig de secretaris en de voorzitter.

DNA-onderzoeken
Hierover werd meer verteld door dhr. van Haeringen van het van Haeringen Laboratorium (VHL).
Momenteel zijn er ongeveer 1000 testen beschikbaar. Deze zijn te onderscheiden in testen op verwantschap, testen op genetische factoren en testen op ziekteverwekkers. Het VHL ontwikkelt zelf geen testen maar blijft middels licenties en het bijhouden van de medische literatuur, continu up-to-date met haar testen. De hoeveelheid testen groeit exponentieel en maandelijks komen er nieuwe bij.

Moeilijkheid bij erfelijkheid is dat deze vaak bepaald wordt door een combinatie van genen en het antwoord bij testen dus uitgedrukt wordt in een percentage dat een afwijking of eigenschap zal voorkomen. Bijkomend nadeel bij het vooraf testen en dus uitsluiten van bepaalde combinaties is dat dit de populatie beperkt hetgeen weer leidt tot nieuwe genetische afwijkingen. Bij afstammingsonderzoek binnen populaties met veel inteelt geldt dat er een lagere betrouwbaarheid van het onderzoek is.

Het VHL slaat ook onderzoeksmateriaal op. Dit is uiteraard wel gebonden aan bepaalde vereisten zoals het soort materiaal dat opgeslagen, veelal zal dit bloed betreffen. Voordeel is dat als er nieuwe testen beschikbaar worden, het aanwezige materiaal meteen getest kan worden.
Belangrijk daarbij is ook dat indien fokkers via de vereniging meewerken hieraan, alle opgeslagen materiaal eigendom wordt van de vereniging. De vereniging kan dan bepalen wat ermee gebeurt en welke testen met betrekking tot erfelijke afwijkingen en verwantschap erop losgelaten worden. Hiertoe moet de vereniging dan wel een convenant sluiten met de fokkers. Er werden geen uitspraken gedaan over de kosten van testen, de kosten van het opslaan van materiaal en over de geldigheid van testen van andere laboratoria. Zo zijn de testresultaten van de AKC niet geaccepteerd in Europa omdat daar andere standaarden gehanteerd worden. Dit kan problemen opleveren bij combinaties met Amerikaanse lijnen. Het opstellen van protocollen is een punt waar de Raad zich goed over moet buigen.

De stellingen
Er zijn 10 stellingen besproken waarvan ik de belangrijkste zal uitlichten en zal voorzien van een toelichting hoe wij, als STCN, gereageerd hebben.

*Onze voorkeur gaat uit naar een Verenigings Fokreglement en geen Rasspecifiek Fokreglement. De meningen over wat geregeld zou moeten worden bij het laatste, kunnen verdeeld zijn en tot eeuwige discussies leiden.
*Moet bij meerdere rasverenigingen voor een ras gekomen worden tot eenzelfde invulling van het Verenigings Fokreglement ? Met betrekking tot de screeningsonderzoeken ja, mits uit een deskundig, objectief en onafhankelijk populatieonderzoek naar voren is gekomen dat er substantiële gezondheidsproblemen voorkomen in het ras. Deze screeningsonderzoeken dienen in dat geval ook vermeld te worden op te verstrekken stambomen.
*Als (een of beide) ouderdieren niet voldoen aan het screeningsonderzoek of niet getest zijn mag er wel een afstammingsbewijs (Bijlage) afgegeven worden. Het is immers niet zeker dat de nakomelingen dezelfde afwijking(en) vererven. Dit zou dan vastgesteld kunnen worden middels een screeningsonderzoek bij die pups. Het gevaar dat dreigt bij het niet verlenen van een stamboom, is dat de populatie dusdanig beperkt wordt dat andere problemen de kop opsteken (zie kopje DNA).
*Rasverenigingen hebben zelf het laatste woord als het gaat om het bepalen van welke screeningsonderzoeken verplicht worden gesteld bij ouderdieren. De Raad grijpt in als de rasvereniging aantoonbaar nalatig is en het belang van ras geschaad wordt.
*De juiste afstamming van ALLE pups in een nest dient vastgesteld te worden alsmede het DNA van alle gebruikte fokhonden.
*De stamboom is GEEN kwaliteitskeurmerk maar een afstammingsbewijs en dient aan te geven dat de ouderdieren voldoen aan de basale gezondheidseisen.
*De combinatie halfzus-halfbroer moet niet verboden worden. Uit fokkersoogpunt is juist deze combinatie geschikt om bepaalde erfelijke eigenschappen in een lijn vast te leggen.
*Het BRS wordt opgenomen in het Verenigings Fokreglement. Wijzigingen in het BRS kunnen middels bepalingen in het VFR direct gelden en daarvoor is dan geen toestemming vereist van de Ledenvergadering.

********************************************************************************************************************************

RSI (Ras Specifieke Instructies)

ONDERDEEL DUURZAAM FOKBELEID RAAD VAN BEHEER
Duurzaam fokbeleid Raad van Beheer

De Raad van Beheer is bezig invulling te geven aan de verantwoordelijkheid voor het welzijn van honden door een duurzaam fokbeleid voor alle rashonden te ontwikkelen. Ze doet dit samen met de rasverenigingen om zo gezamenlijk de gezondheid, het gedrag en het welzijn van rashonden te bevorderen. Het fokbeleid valt uiteen in diverse onderdelen. Een aantal onderdelen zijn al gerealiseerd, andere onderdelen zijn volop in ontwikkeling.

De gerealiseerde onderdelen van het Duurzaam Fokbeleid van de Raad van Beheer:
* Plan van aanpak Duurzaam Fokbeleid.
* Locatiecontrole door chipper.
* Welzijnsregels moederhond in Basis Reglement Stambomen.
* Inteeltbeperking ouderdieren in Basis Reglement Stambomen.
* Gedragscode Keurmeesters en koppeling met Kynologisch Reglement.
* Ras Specifieke Instructies RSI voor exterieur keurmeesters
Meer informatie over het Duurzaam Fokbeleid en de gerealiseerde onderdelen vindt u op www.raadvanbeheer.nl/fokbeleid

Ras Specifieke Instructies: de aanzet
Het Zweedse model voor ‘Breed Specific Instructions’ (BSI) welke door de Zweedse Kennelclub begin 2009 is ingevoerd heeft aan de wieg gestaan van het Nederlandse model voor Ras Specifieke Instructies (RSI). Op de internationale show in Malmö, Zweden in maart 2009 is de BSI voor de eerste keer gebruikt. Ook Nederlandse keurmeesters hebben daar kennis gemaakt met de BSI.
Door de Raad van Beheer is bij de Zweedse Kennelclub de oorspronkelijke tekst opgevraagd en een start gemaakt met een eerste Nederlandse vertaling. Begin 2010 is de ontwikkeling van de Nederlandse Ras Specifieke Instructies als onderdeel van het duurzaam fokbeleid van start gegaan met een seminar.

Ras Specifieke Instructies, wat is het doel?
Het RSI is ontwikkeld om gezondheid en welzijn van de hond te verbeteren. In het langjarig verleden zijn geleidelijk diverse raskenmerken in rassen geslopen, die neigen naar overdrijving en welke een negatief effect op gezondheid en/of welzijn van de individuele hond kunnen hebben. Iedereen kent de ontwikkelingen die een aantal rassen hebben ondergaan, waardoor gezondheidsproblemen zijn ontstaan. Denk daarbij bijvoorbeeld aan een korte voorsnuit, te zware neusrimpel en te kleine neusgaten die ademhalingsproblemen kunnen veroorzaken. Of huidirritaties als gevolg van te veel losse huid op hoofd, lichaam en ledematen. Het is van belang dat deze tendens naar overdrijvingen wordt geregistreerd, voordat deze zal leiden tot het aanbrengen van schade aan gezondheid en welzijn van de hond. Met de inventarisatie op basis van eerder genoemde aandachtspunten kunnen fokprogramma’s worden gemaakt die overdrijving verminderen met als einddoel gezonde honden.

Overleg
In januari 2010 is de eerste aanzet gegeven met een succesvol seminar voor exterieurkeurmeesters. In groepen is gediscussieerd over de haalbaarheid van een Nederlandse RSI, de in het Zweedse voorbeeld genoemde rassen en hun aandachtspunten. Op basis van dit overleg is een eerste concept gerealiseerd. Dit eerste concept is aangeboden aan rasverenigingen en exterieurkeurmeesters. De rasverenigingen en exterieurkeurmeesters hebben uitgebreid kunnen reageren en inspraak kunnen leveren. Gestelde vragen zoals ”Komen de genoemde aandachtspunten voor de gezondheid voor hun ras(sen) wel of niet in aanmerking om opgenomen te worden in het Nederlandse RSI” of “Moet een ras wel of niet in deze lijst worden opgenomen.” konden beantwoord worden en dienden uiteraard van een motivatie te worden voorzien.
In diverse opeenvolgende overleg- en inspraakrondes, met zowel de rasverenigingen als de Vereniging van kynologische keurmeesters (VKK), zijn de diverse standpunten uitgebreid besproken. Op basis van die gesprekken zijn in goed overleg besluiten genomen over het wel of niet opnemen van rassen en aandachtspunten in het Nederlandse RSI. Na deze open wijze van inspraak met alle betrokkenen is de inhoud van het RSI tot stand gekomen. De conceptversie is daarna nog eenmaal aan de betrokkenen, rasverenigingen en exterieurkeurmeesters, voorgesteld voor een laatste reactie. Eind 2010 heeft het bestuur van de Raad van Beheer de definitieve versie van het RSI vastgesteld.

Aandachtspunten in het RSI
In het RSI wordt per ras aandachtspunten beschreven welke invloed hebben op gezondheid en welzijn van de hond. Er wordt verschil gemaakt tussen algemene gezondheids- en welzijnsaspecten, die voor alle rassen gelden, en specifieke gezondheids- en welzijnsaspecten voor een aantal in het RSI genoemde rassen. Onder algemene gezondheids- en welzijnsaspecten wordt verstaan: disharmonie in constructie, gebit, ogen, ademhaling, huid, beharing, temperament en gedrag. Naast deze aspecten wordt ook gelet op het voorbrengen van een hond in de ring. Denk hierbij aan het met strakke lijn voorbrengen van de hond, overmatig gebruik van opmaakmiddelen en het overgewicht van de hond.

Onder rasspecifieke gezondheids- en welzijnsaspecten wordt verstaan:
1.Problemen die grote gevolgen hebben voor de gezondheid, het welzijn en het welbevindenvan een ras. Honden met deze problemen kunnen nooit een Uitmuntend en/of Kampioenschapsprijs krijgen;
2.Problemen die bij uitbreiding binnen de populatie uiteindelijk kunnen leiden tot gezondheid en/of welzijnsproblemen binnen het ras. In principe kunnen honden met deze problemen nooit een Uitmuntend krijgen. In elk geval mogen zij nooit voor een Kampioenschapsprijs in
aanmerking komen.
3.Problemen die bij uitbreiding mogelijk voor het ras negatieve gevolgen kunnen gaan hebben.Het is zaak om de problemen bij constatering ervan in het schriftelijke verslag van deze hond(en) te vermelden.

Al deze aspecten dient een exterieurkeurmeester mee te nemen in zijn keurverslag en zijn uiteindelijke kwalificatie aan de hand hiervan vast te stellen. In totaal zijn in het RSI 44 rassen opgenomen waar specifieke aandachtspunten voor worden beschreven.

Invoering
Na vaststelling door het bestuur van het RSI is de Nederlandse tekst naar het Engels vertaald.
Om de door exterieurkeurmeesters geconstateerde gezondheids- en welzijn aspecten te kunnen archiveren en in de toekomst te gebruiken zijn evaluatieformulieren ontwikkeld. Separate formulieren voor de in het RSI genoemde aandachtrassen en separate formulieren voor de overige rassen. Exterieurkeurmeesters krijgen voorafgaand aan de expositie de RSI toegestuurd om de aspecten voor dat ras dat men keurt te bestuderen. De evaluatieformulieren worden hen tijdens de expositie ter hand gesteld en deze dienen verplicht te worden ingevoerd.
De exterieurkeurmeesters zijn verplicht om geconstateerde aspecten op de evaluatieformulieren te noteren en bij de organisatie in te leveren.

De eerste expositie
De eerste expositie waar het RSI officieel in gebruik werd genomen was de internationale tentoonstelling in Eindhoven, begin februari 2011. Een goede test hoe de invoering van het RSI wordt ontvangen. Uiteraard heeft de eerste keer een gewenning doorstaan. Vele in Eindhoven ambterende keurmeesters hebben de Raad van Beheer gecomplimenteerd met de invoering van het RSI en de werkwijze.
Alle volgende exposities waar (inter)nationale kampioenschapsprijzen zijn te behalen dienen het RSI te gebruiken. Dit geldt dus ook voor alle kampioenschapsclubmatches.

Keurmeesters
Exterieurkeurmeesters uit binnen- en buitenland die op exposities, (inter)nationale tentoonstellingen, (kampioens)clubmatches en alle overige activiteiten waar van de exterieurkeurmeesters gevraagd wordt te kwalificeren, zijn verplicht honden te keuren volgens de rasstandaarden die door de F.C.I. zijn vastgesteld. Van de exterieurkeurmeesters wordt gevraagd dat deze voor het behoud en de verdere ontwikkeling van een ras, naast de rasspecifieke kenmerken, naar hun beste kunnen ook de gezondheid- en welzijnsaspecten van het ras mee laten wegen en dit in het verslag van de hond duidelijk tot uitdrukking brengen. Deze aspecten zijn duidelijk verwoord in het RSI.
Afwijkingen voor wat betreft het rasspecifieke gedrag zullen nooit getolereerd mogen worden tijdens de exterieurkeuring van een ras en dienen te resulteren in het diskwalificeren van de betreffende hond(en).
De exterieurkeurmeester moet er zich van bewust zijn dat een rashond met overdreven raskenmerken die kunnen leiden tot gezondheid, gedrag- en/of bewegingsproblemen c.q. deze tot gevolg hebben, met nimmer meer dan een Goed beoordeeld kan worden en dus ook nooit in aanmerking mag komen voor een Kampioenschapsprijs of Beste van het Ras. Het is verder van belang, dat deze tendens naar overdrijvingen zal worden geregistreerd, voordat deze zal leiden tot het aanbrengen van schade aan gezondheid en/of welzijn van de hond.
De exterieurkeurmeester is verplicht na zijn exterieurkeuring van RSI rassen een korte inventarisatie te maken van de rasspecifieke problemen die hij tijdens de exterieurkeuring is tegengekomen. Exterieurkeurmeesters hebben in deze een niet te onderschatten verantwoordelijkheid. Van hen wordt verwacht dat ze deze nemen.

Evaluatie
Na het eerste jaar van de implementatie van het RSI en de daarin ontvangen evaluatieformulieren zal een evaluatie plaatsvinden met rasverenigingen en exterieurkeurmeesters. Wanneer wezenlijke aanpassingen in de aandachtspunten nodig zijn en wanneer rassen toegevoegd dan wel uit de RSI gehaald zouden moeten worden dan zal een nieuwe versie van het RSI worden vastgesteld. De verkregen inventarisatie zal in overleg met de betrokken rasverenigingen worden gebruikt tot bijsturing van de fokkerij en ter bevordering van de gezondheid van de betreffende rassen.

Informatie Duurzaam Fokbeleid
Wilt u als hondenbezitter, fokker, vereniging of geïnteresseerde meer weten over alle maatregelen die de Raad van Beheer neemt voor een duurzaam fokbeleid met gezonde, mooi en sociale honden kijk dan op www.raadvanbeheer.nl/fokbeleid
Daar vindt u ook een verwijzing naar de volledige tekst van de Ras Specifieke Instructies met bijbehorende evaluatieformulieren.