Ras Specifieke Instructies 2017-03-17T16:32:13+00:00

RSI

RSI (Ras Specifieke Instructies)
Het is de taak van een exterieurkeurmeester om de karakteristieke eigenschappen van elk ras,binnen de erkende rasstandaard – te houden. Met andere woorden, de belangrijkste taak van de exterieurkeurmeester is om honden, volgens de rasstandaard, te keuren en te evalueren en de honden te beschouwen als mogelijke fokdieren voor komende generaties. Dit mag nooit ten koste gaan van het welzijn en het welbevinden van de hond.

Het is daarom de verantwoordelijkheid van de exterieurkeurmeester om zowel op de hoogte te zijn van de rasstandaard, als van de gezondheidsproblemen die zich voordoen in het ras. Bijzondere aandacht dient de exterieurkeurmeester te hebben voor die raskenmerken die in een ras insluipen, die neigen naar overdrijving en welke een negatief effect op de gezondheid en/of welzijn van de individuele hond zouden kunnen hebben.

Het is verder van belang, dat deze tendens naar overdrijvingen zal worden geregistreerd, voordat deze zal leiden tot het aanbrengen van schade aan de gezondheid en/of het welzijn en welbevinden van de hond.Deze instructies zijn het resultaat van inventarisaties onder exterieurkeurmeesters, rasverenigingen,andere kynologenverenigingen en dierenartsen.

De waarnemingen en feiten zijn tevens gebaseerd op beschikbare gezondheidsinventarisaties die per individueel ras in het verleden zijn uitgevoerd.Tot deze werkwijze werd in de Scandinavische landen het initiatief genomen. Nederland heeft dit document als basis gebruikt voor de beschrijving van haar eigen aandachtspunten met betrekking tot de rassen die in ons land regelmatig op exposities worden uitgebracht. Dank aan de Scandinavischelanden voor hun inbreng in deze.

Exterieurkeurmeesters uit binnen- en buitenland die op onze exposities, zijnde (inter)nationale tentoonstellingen,(kampioens)clubmatches en alle overige activiteiten waar van de exterieurkeurmeesters gevraagd wordt te kwalificeren, zijn verplicht honden te keuren volgens de rasstandaarden die door de F.C.I. zijn vastgesteld.

Daarnaast vragen wij van exterieurkeurmeesters dat deze voor het behoud en de verdere ontwikkelingvan een ras, naast de rasspecifieke kenmerken, naar hun beste kunnen ook de gezondheid- en welzijnsaspecten van het ras mee laten wegen en dit in het verslag van de hond duidelijk tot uitdrukking brengen. Deze aspecten zijn duidelijk verwoord in de Rasspecifieke Instructies.

Afwijkingen voor wat betreft het rasspecifieke gedrag zullen nooit getolereerd mogen worden tijdens de exterieurkeuring van een ras en dienen te resulteren in het diskwalificeren van debetreffende hond(en).

De exterieurkeurmeester moet er zich van bewust zijn dat een rashond met overdreven raskenmerkendie kunnen leiden tot gezondheid, gedrag- en/of bewegingsproblemen c.q. deze tot gevolg hebben,met nimmer meer dan een Goed beoordeeld kan worden en dus ook nooit in aanmerking mag komen voor een Kampioenschapsprijs of Beste van het Ras.

De exterieurkeurmeester wordt verplicht om na de exterieurkeuring van de in dit document genoemde rassen, kort een inventarisatie te maken van de rasspecifieke problemen die hij/zij tijdens de exterieurkeuring is tegengekomen. De aldus verkregen inventarisatie zal in overleg met de betrokken rasverenigingen worden gebruikt tot bijsturing van de fokkerij en ter bevordering van de gezondheid van de betreffende rassen. Exterieurkeurmeesters hebben in deze een niet te onderschatten verantwoordelijkheid. Van hen wordtverwacht dat ze deze nemen.

TOEPASSING RSI
Het is van het grootste belang, dat elke exterieurkeurmeester positief blijft keuren en winnaars selecteert die het ideaalbeeld van het ras conform de voor dat ras vastgestelde FCI rasstandaard, het best benaderen. Het keurverslag over de hond moet positief opgesteld zijn, waarbij het echter belangrijk is om zorgvuldig en open te zijn over de relevante gezondheid- en welzijnsaspecten, indien deze de beoordeling en/of plaatsing van een hond hebben beïnvloed.

Zoals altijd, moet een exterieurkeurmeester evalueren wat hij of zij ziet en bij de kwalificatie en/of plaatsing van de hond, de mate waarin gezondheid- en welzijnsaspecten in het geding raken, laten meewegen in zijn of haar eindoordeel. Hierbij dient rekening gehouden te worden met het feit dat overdrijvingen en zaken binnen een ras, die de gezondheid en of het welzijn van de hond beïnvloeden, ernstiger zijn dan tekortkomingen in schoonheid. De exterieurkeurmeesters worden verzocht meer dan voorheen bij de keuringen te letten op de gezondheid- en welzijnsaspecten en deze, in het bijzonder bij het al dan niet toekennen van een kampioenschapsprijs, bepalend te laten zijn.

De rasspecifieke instructies moeten te allen tijde worden toegepast, ook al is het ras maar zeer spaarzaam vertegenwoordigd op Nederlandse exposities. Om gezonde honden te kunnen fokken hebben wij exterieurkeurmeesters nodig die zoveel mogelijk honden op gelijke wijze beoordelen en kwalificeren, onafhankelijk van het aantal inschrijvingen van een ras op exposities. Alleen zo kunnen we tot een goed en gezond fokbeleid komen.

Voor rassen, waar in de rasstandaard al diskwalificerende fouten zijn opgenomen, mogen deze rasspecifieke instructies echter niet gezien worden als een aanvulling op die diskwalificerende fouten. Veel voorkomende fouten, die niet gerelateerd worden aan de gezondheid, het welzijn, het welbevinden van de hond en die niet het gevolg zijn van overdrijving van raskenmerken in de individuele rassen, worden hier niet behandeld, maar moeten uiteraard wel in de keuring worden meegenomen.

EISEN VOOR ALLE HONDEN
Van exterieurkeurmeesters wordt verwacht dat zij aandacht besteden aan onderstaande problemen die in alle rassen kunnen voorkomen. Honden die deze problemen in meer of mindere mate vertonen dienen bij voorkeur met een GOED beoordeeld te worden en kunnen in elk geval nooit meer dan de kwalificatie Zeer Goed krijgen. Zij mogen zeker nooit voor een kampioenschapsprijs in aanmerking komen.

DISHARMONIE IN CONSTRUCTIE
Zowel in stand als in beweging dient er bij de hond sprake te zijn van een goede balans. Alle honden moeten in staat zijn om zich zonder problemen voort te bewegen en elke hond moet dat tijdens de exterieurkeuring in voldoende mate tonen.

ADEMHALING
Alle honden moeten in staat zijn, in stand en beweging, normaal te ademen. Aandacht voor honden met overdrijvingen welke ademen bemoeilijkt, zoals:
-Erg luidruchtige ademhaling en/of duidelijk hoorbare moeilijkheden bij de ademhaling
-Zeer kleine en nauwelijks geopende neusgaten of neusgaten bedekt met huid

GEBIT
Het gebit van de hond moet conform de rasstandaard ontwikkeld zijn. Aandacht voor honden met kaak- c.q. gebitsoverdrijvingen, zoals:
-Te smalle en te zwakke onderkaak
-Hoektanden die te dicht tegen de andere kaak staan en er soms zelfs ingegroeid zijn
-Extreem kleine gebitselementen
-Niet sluitende kaken

OGEN
Alle honden moeten heldere en droge ogen hebben zonder enig teken van ongemak. Aandacht voor honden met overdrijvingen welke irritatie(s) aan de ogen veroorzaken, zoals:
-Te grote en te uitpuilende ogen
-Te losse en te veel hangende oogleden
-Zichtbare ontstekingen en/of tranende ogen
-Zelfs voor het ras te kleine en/of te diep liggende ogen

TE LOSSE HUID
Alle honden moeten een gezonde huid hebben zonder enig teken van ongemak.
Aandacht voor honden met overdrijvingen welke irritatie aan de huid veroorzaken, zoals:
-Te veel rimpels en losse huid, zodat de neus en/of de ogen bedekt worden met huid
-Te veel losse huid op lichaam, ledematen en hoofd

OVERVLOEDIGE BEHARING EN UITERLIJKE VERZORGING
De beharing mag niet zo overvloedig zijn, dat het de beweging of het gezichtsvermogen ernstig belemmert.

VOORBRENGEN VAN DE HOND
Het komt steeds meer voor dat rassen met een opgetrokken en gespannen lijn worden voorgebracht, zowel in stand als in beweging. Niet alleen is dit voor het welbevinden van de hond gedurende de keuring niet bevorderlijk, bovendien wordt hiermee een natuurlijk en rasspecifiek gangwerk bemoeilijkt zo niet onmogelijk gemaakt. Een hond moet op natuurlijke wijze met een losse lijn een correct en rastypisch gangwerk laten zien. Het optrekken van de hond bij de hals en/of de staart is verboden. Overmatig gebruik van opmaakmiddelen (haarlak, poeder, gel) moet ontmoedigd worden. De exposant die zich niet houdt aan de gangbare regels van het exposeren van een hond, dient de ring te verlaten. De hond zal niet meer gekeurd worden.

OVERGEWICHT
De laatste tijd komt overgewicht bij honden regelmatig voor. Ook in de showring staan honden die door hun gewicht moeilijker kunnen lopen en/of ademhalen. Een verkeerde voeding is vaak het probleem, maar ook kunnen onvoldoende lichaamsbeweging of gezondheidsproblemen hiervan de oorzaak zijn. Een hond waarvan een keurmeester de ribben niet meer kan voelen, er geen lendenpartij meer te zien is, die moeite heeft met lopen en/of ademhalen mag niet met een uitmuntende kwalificatie worden beoordeeld.

TEMPERAMENT EN GEDRAG
Alle honden moeten een (ring)gedrag vertonen, dat past in de huidige maatschappij. Rasspecifiek gedrag is toegestaan, maar overdreven verlegenheid, terughoudendheid of scherpte is niet wenselijk. Agressiviteit of angstig gedrag mag nooit getolereerd worden tijdens de keuring van een ras / hond en dient te resulteren in het diskwalificeren van de betreffende hond(en).

INVENTARISATIE
Het is van het grootste belang, dat elke exterieurkeurmeester zich realiseert dat hij of zij meewerkt aan de ontwikkeling binnen de fokkerij en de gezondheid van een ras. Exterieurkeurmeesters staan vaak aan de basis van een ontwikkeling (positief of negatief) binnen een ras.
Daarom vragen wij de exterieurkeurmeesters na afloop van de exterieurkeuring van een ras dat in deze RSI is opgenomen een kort schriftelijk verslag te doen van diens bevindingen. Deze resultaten koppelen wij terug naar de rasverenigingen die hiermee bij de ontwikkeling van het ras rekening zullen kunnen houden. Naast deze verplichting staat het exterieurkeurmeesters vrij om over elk ras waarvan zij denken dat de ontwikkeling op welk gebied dan ook in gevaar kan zijn, ongevraagd schriftelijk aan de Raad van
Beheer te rapporteren.

AANDACHT PER RAS
Dit RSI document behandelt naast algemene problemen die binnen alle rassen kunnen voorkomen, ook speciale problemen die bij verschillende rassen frequenter voorkomen. Deze problemen zijn samen met de rasverenigingen en de Nederlandse exterieurkeurmeesters
opgesteld. Het gaat hierbij om:

1. Problemen die grote gevolgen hebben voor de gezondheid, het welzijn en het welbevinden van een ras. Honden met deze problemen kunnen nooit een Uitmuntend en/of Kampioenschapsprijs krijgen.
2. Problemen die bij uitbreiding binnen de populatie uiteindelijk kunnen leiden tot gezondheiden/ of welzijnsproblemen binnen het ras. In principe kunnen honden met deze problemen nooit een Uitmuntend krijgen. In elk geval mogen zij nooit voor een Kampioenschapsprijs in
aanmerking komen.
3. Problemen die bij uitbreiding mogelijk voor het ras negatieve gevolgen kunnen gaan hebben. Het is zaak om de problemen bij constatering ervan in het schriftelijke verslag van deze hond(en) te vermelden.

DE GEZELSCHAPSHONDEN
Verschillende rassen in deze groep hebben een extreme bouw met een verkorte schedel en onderontwikkelde voorsnuit. Verdere overdrijving van deze kenmerken zou ernstige gezondheidsproblemen veroorzaken.

De meerderheid van deze rassen moet een goed ontwikkelde, lange borstkas hebben, die goed doorloopt en een goede ribwelving, voor bescherming van hart en longen en om het middenrif royaal te ondersteunen. Afwijkingen zijn een korte, open (te korte ribben) borstkas met een kort borstbeen, maar ook ribben die naar binnen staan en een smalle borstkas zijn allemaal ernstige fouten. Een aantal rassen in deze groep hebben ook een zware beharing dat in sommige gevallen heeft geleid tot incorrecte wollige, overdadige vachten, zo zwaar, dat zij een goed gangwerk belemmeren. Een aantal rassen toont weliswaar een moeiteloos gangwerk, maar hebben geen stuwkracht t.g.v. een
slechte spierconditie.

DE SHIH TZU
Problemen die regelmatig in dit ras voorkomen:
-Ademhalingsproblemen
-Te grote, te uitpuilende ogen