Rasstandaard 2017-03-16T15:27:12+00:00

Rasstandaard

fci_645

Vertaling van de raspunten volgens de F.C.I.

Land van oorsprong: Tibet. Beschermheer: Engeland.
Algemene verschijning: Stoere, overvloedig behaarde hond met voorname, arrogante houding en chrysantachtig gezicht.
Karakteristieken: Intelligent, actief en waakzaam.
Temperament: Vriendelijk en onafhankelijk
Hoofd en schedel: Hoofd rond en breed, breed tussen de ogen. Hoofd met ruige haarbos en met het haar goed over de ogen vallend. Goede baard en snorharen, het haar opwaarts op de neus groeiend, wat het kenmerkende chrysantachtige effect geeft. De snuit van ruime breedte, vierkant, kort, niet gerimpeld, vlak en behaard. Neus zwart, maar donker leverkleurig bij leverkleurige of leverkleurig getekende honden. Ongeveer 1 inch (2.54 cm) van het puntje van de neus tot de duidelijke stop. Neus recht of licht oplopend, vooruitstekende neuspunt (wipneus). De top van de neusspiegel (neusleder) moet op één lijn met of een weinig onder het onderste ooglid. Grote, open neusgaten. Naar beneden gerichte neus is hoogst ongewenst, zoals ook kleine neusgaten. Pigment op de snuit zo ononderbroken mogelijk.
Ogen: Groot, donker, rond, goed uit elkaar liggend maar niet bol. Warme expressie. In leverkleurige of leverkleurig getekende honden zijn lichter gekleurde ogen toegestaan. Het oog mag geen wit tonen.
Oren: Groot, met lange oorlellen. vallend gedragen, iets onder de kruin aangezet. De oren zijn zo zwaar behaard dat het lijkt alsof ze overgaan in het haar van de nek.
Gebit: Breed, licht ondervoorbijtend of tanggebit, lippen goed sluitend.
Hals: Goed in balans, mooi gebogen, voldoende lang om het hoofd trots te kunnen dragen.
Voorhand: Schouders dienen goed terug te liggen. Benen kort en goed gespierd met royaal bone. Zo recht mogelijk, samengaand met brede borst die goed diep is.
Lichaam: Tussen schoft en staartaanzet langer dan de hoogte van de schoft. Korte, krachtige lendenpartij. Borst breed en diep. Schouders stevig. Rug recht.
Achterhand: Benen kort en gespierd met royaal bone. Recht gesteld van achteren gezien. Dijen goed rond en gespierd. Benen moeten zwaar lijken door de rijkdom aan vacht.
Voeten: Rond, vast, met stevige voetkussens, groot lijkend door overvloedige vacht.
Staart: Met zware pluim en vrolijk over de rug gedragen. Hoog aangezet. Hoogte ongeveer gelijk met de schedel om zodoende een belijning te tonen die in balans is.
Gangwerk: Trots licht vloeiend. Voorbenen goed uitgrijpend. Krachtige achterhandbeweging waarbij de voetzool geheel te zien is.
Vacht: Lang, dicht, niet gekruld, met goede ondervacht. Licht gegolfd toegestaan. Het wordt sterk aanbevolen het haar op het hoofd op te binden.
Kleur: Alle kleuren zijn toegestaan. Witte bles op het voorhoofd en witte punt aan de staart bij de meerkleurige (bonte) zijn hoogst gewenst.
Gewicht/hoogte: 4,5-8,1 kg. Ideaal gewicht: 4,5-7,3 kg. Schofthoogte maximaal 26,7 cm (10,5 inch). Raskenmerken en type zijn van het allergrootste belang en zeker niet op te offeren aan maat alleen.
Fouten: Iedere afwijking van bovenstaande punten moet als fout worden aangemerkt en de beoordeling van de ernst van de fout moet in verhouding staan tot de mate waarin de fout zich voordoet.
N.B. Reuen moeten twee duidelijk normale testikels hebben, die volledig in het scrotum zijn ingedaald.

Wijzigingen/aanvullingen Rasstandaard Shih Tzu
Inhoudelijk is er niet veel veranderd maar dat deze nieuwere versie van de Shih Tzu Rasstandaard is iets uitgebreider zodra wij een Nederlandse vertaling van de Raad ontvangen zullen wij deze ook zullen publiceren.

24.06.2015 / EN FCI-Standard N° 208

ORIGIN: Tibet (China).
PATRONAGE: Great Britain.
DATE OF PUBLICATION OF THE OFFICIAL VALID
STANDARD: 18.03.2015.
UTILIZATION: Companion Dog.
FCI-CLASSIFICATION: Group 9 Companion and Toy Dogs.
Section 5 Tibetan breeds.
Without working trial.
BRIEF HISTORICAL SUMMARY: People tend to get confused between the Apso and the Shih Tzu, but there are a number of very
distinct differences. Roots of this breed are in Tibet but it wasdeveloped in China, where dogs like these lived in the imperial palaces. China became a republic in 1912 after which examples of the breed found their way to the West, though the first recorded importation to Britain was not until 1931. It was recognised as a breed separate from other Oriental breeds in 1934 and granted a separate register by the Kennel Club in 1940, with challenge certificates on offer from 1949. The chrysanthemum look to the Shih Tzu’s head is most appealing, and this is caused by the hair growing upwards on the bridge of the nose.
GENERAL APPEARANCE: Sturdy, abundantly but not excessively coated dog with distinctly arrogant carriage and ‘chrysanthemum-like’ face.
IMPORTANT PROPORTIONS: Longer between withers and root of the tail than height at withers.
BEHAVIOUR AND TEMPERAMENT: Intelligent, active and alert. Friendly and independant.
HEAD: Head broad, round, wide between the eyes. Shock-headed with good beard and whiskers, hair growing upwards on the muzzle
giving a distinctly ‘chrysanthemum-like’ effect. Not affecting the dog’s ability to see.
CRANIAL REGION:
Stop: Definite.
FACIAL REGION:
Nose: Black but dark liver in liver or liver marked dogs. Top of nose leather should be on a line with or slightly below lower eye rim. Nose level or slightly tip-tilted. Wide-open nostrils. Down-pointed nose highly undesirable, as are pinched nostrils.
Muzzle: Of ample width, square, short, not wrinkled; flat and hairy. Length about 2,5 cms from tip to stop. Pigmentation of muzzle as
unbroken as possible.
Lips: Level.
Jaws / Teeth: Wide, slightly undershot or level (pincer bite, edge to edge).
Eyes: Large, dark, round, placed well apart but not prominent. Warm expression. In liver or liver-marked dogs, lighter eye colour permissible. No white of eye showing.
Ears: Large, with long leathers, carried drooping. Set slightly below crown of skull, so heavily coated they appear to blend into hair of
neck.
NECK: Well proportioned, nicely arched. Sufficient length to carry head proudly.
BODY:
Back: Level.
Loin: Well coupled and sturdy.
Chest: Broad, deep and well let down.
TAIL: Heavily plumed carried gaily well over back. Set on high. Height approximately level with that of skull to give a balanced outline.
LIMBS
FOREQUARTERS:
Shoulder: Firm, well laid back.
Forearm: Legs short and muscular with ample bone, as straight as possible, consistent with broad chest being well let down.
Forefeet: Rounded, firm and well covered with hair.
HINDQUARTERS:
General appearance: Legs short and muscular with ample bone. Straight when viewed from the rear.
Thigh: Well rounded and muscular.
Hind feet: Rounded, firm and well padded. Well covered with hair.
GAIT / MOVEMENT: Arrogant, smooth-flowing, front legs reaching well forward, strong rear action and showing full pad.
COAT:
Hair: Outer coat long, dense, not curly, with moderate undercoat, not woolly. Slight wave permitted. Hair not affecting the dog’s ability to
see. Length of coat should not restrict movement.
Colour: All colours permissible, white blaze on forehead and white tip to tail highly desirable in parti-colours.
SIZE AND WEIGHT:
Height at the withers: Not more than 27 cms. Type and breed characteristics of the utmost importance and on no account to be sacrificed to size alone.
Weight: 4.5 to 8 kgs. Ideal weight 4.5 – 7.5 kgs.
FAULTS: Any departure from the foregoing points should be considered a fault and the seriousness with which the fault should be
regarded should be in exact proportion to its degree and its effect upon the health and welfare of the dog.
DISQUALIFYING FAULTS
Aggressive or overly shy. Any dog clearly showing physical or behavioural abnormalities shall be disqualified.
N.B.:
Male animals should have two apparently normal testicles fully descended into the scrotum. Only functionally and clinically healthy dogs, with breed typical conformation should be used for breeding